Volgende maand gaat het circus weer van start: de eindexamens. Voor iedereen die lesgeeft aan examenklassen, betekent dit elk jaar weer een spannende tijd. Je leerlingen klaarstomen voor hun examen betekent vaak dat je, naast lesstof, vooral peptalks moet aanbieden. Op basis van hun tot nu toe behaalde resultaten, kun je al aardig inschatten of ze het gaan halen. Verreweg de meesten behalen hun diploma.
“Ik weet nog goed hoe ik me voelde toen ik op de middelbare school zat en dat was niet altijd een pretje”, zegt de moeder aan de telefoon. Ze had gevraagd of ik haar terug wilde bellen, omdat haar dochter thuis had verteld dat het niet lekker liep tussen haar en mij in de les. De leerlingen in 5 havo moeten een presentatie doen in de klas en sommigen vinden dat best spannend. De leerling hoopte op de een of andere manier onder deze verplichting uit te kunnen komen. Ik vertel moeder dat ik begrip heb voor het feit dat haar dochter het erg spannend vindt en daar rekening mee wil houden, maar dat dit niet betekent dat ze de presentatie niet hoeft te doen.
Een nieuw schooljaar betekent voor veel leerlingen ook een nieuwe school. Op die leeftijd betekent dat op zijn beurt nieuwe uitdagingen, maar ook valkuilen. Hoe ver moet je gaan om aardig gevonden te worden? Moet je een grote mond geven, zodat je klasgenoten tegen je op kijken? Moet je empathie tonen, zodat ze merken dat je betrouwbaar bent? Neem je het voortouw of laat je je leiden?
“Wat gebeurde daar nou in de les?”, vraag ik nadat ik haar de klas uitstuurde en een uitstuurformulier liet halen. Na afloop van de les meldt ze zich bij mij. Haar reactie: “Ja oké, het klopt dat ik geen boek bij me had en dat ik bijna niets had opgeschreven van de antwoorden, maar u moet ook altijd mij hebben. U heeft gewoon de pik op mij.” Dat vind ik altijd zo’n boeiende constatering. Het feit dat een klasgenoot van haar er een vorige keer uit was gestuurd en precies hetzelfde constateerde, maar dan over zichzelf, is blijkbaar geen overtuigend argument. Die andere leerling zei het ook al: “U moet altijd mij hebben, u heeft gewoon een hekel aan mij.” Om haar conclusie kracht bij te zetten, volgt haar beste argument: “Ik ben niet de enige die het ziet, anderen zeggen het ook. U let altijd op mij.”
Soms lijkt lesgeven een hinderlijke onderbreking van je werkzaamheden. De ene toetsweek is nog maar net voorbij of de volgende herkansing of inhaaltoets dient zich alweer aan. Als die toets net op tijd is aangeleverd, komt de volgende toetsperiode al in zicht. En overal zijn deadlines voor; nogal wiedes, want het is waar de organisatie op drijft. De tijd tikt door, dus het aanleveren van materialen moet zorgvuldig en binnen de gestelde tijd gedaan worden. Ik heb meerdere malen ervaren dat juist deze deadlines vaak stressfactoren zijn.