Van passend onderwijs naar inclusief onderwijs
donderdag 24 april 2025
‘Elke mens, heel de mens en alle mensen.’ De regel die de Carmelvisie samenvat, laat zich op verschillende manieren lezen. Voor alles als ‘elke leerling, heel de leerling en alle leerlingen.’ Zonder uitzondering, want alle leerlingen zijn gelijk, al verschillen ze ook net zoveel. Inclusief onderwijs past daarom bij Carmel.
Wat is dan het verschil tussen passend onderwijs en inclusief onderwijs? Henk Lauwers (zie foto), teamleider praktijkonderwijs bij het Hooghuis in Oss (locatie De Singel), antwoordt meteen: “Passend onderwijs komt de leerling zoveel mogelijk tegemoet. Die krijgt vaak wel een etiketje opgeplakt. Inclusief wil zeggen dat we de leerling zoveel mogelijk laten meedoen in het reguliere onderwijs. Dat is een andere benadering.”
Janita Schutter is coördinator lASSo op het Carmelcollege Emmen. lASSo staat voor leerlingen met autismespectrumstoornis (ASS) in het onderwijs. Haar antwoord: “We willen ervoor zorgen dat elke leerling naar een reguliere school kan en het daar goed heeft.” Diana Sijbom, zorgcoördinator van Carmelcollege Emmen, formuleert het nog kernachtiger: “Deze leerlingen zijn anders, en dus gewoon.”
Twee verschillende scholen. De Singel is de locatie voor praktijkonderwijs van Het Hooghuis. Onder hetzelfde dak bevindt zich Kentalis, een school voor voortgezet speciaal onderwijs voor leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis. Dankzij die nabijheid kunnen leerlingen van Kentalis ook bij De Singel lessen volgen. Ze maken er deel uit van de schoolbevolking, lopen niet apart en hebben zo meer keuzemogelijkheden. Carmelcollege Emmen heeft een deel van haar gebouw bestemd voor zo’n 50 leerlingen met ASS die er de havo of het vwo volgen. Ze hebben een eigen ingang en eigen roosters. Een kerndocent zorgt voor begeleiding en ondersteuning, vakdocenten komen naar de afdeling. Diana: “We streven ernaar deze leerlingen van zo klein en beschermd mogelijk naar zo regulier mogelijk te brengen. Dat lukt overigens lang niet altijd.”Traditie van samenwerken
De Singel heeft een lange traditie van verbinden en samenwerken. Henk vertelt over projecten om bijvoorbeeld de overgang van basisschool naar praktijkonderwijs soepeler te laten verlopen. Eerder al is ProBasis begonnen. Hier krijgen leerlingen, die kans hebben om vmbo-basis met goed gevolg af te leggen, in een kleine setting ondersteuning en begeleiding. “Vaak zijn het afstromers uit het vmbo, wij geloven hier meer in opstromen.” En dan is er ProEntree, dat leerlingen door coaching en begeleiding rijp maakt voor het mbo. “Het praktijkonderwijs had lang de reputatie een afvalputje te zijn, maar dat gaat hier niet op.” Zo bezien, is het vanzelfsprekend dat er tussen De Singel en Kentalis een wisselwerking is ontstaan. Leerlingen van Kentalis lopen, waar dat kan, mee in het programma van De Singel. “Onze leerlingen moeten zich niet ‘anders’ hoeven voelen. Vaak wordt het als een vernedering ervaren als een kind naar het praktijkonderwijs gaat. Dat willen we wegnemen, we willen deze kinderen door een moeilijke fase helpen.”
Henk is daarom een warm voorstander van nieuwe projecten om tot meer inclusiviteit te komen. Voor leerlingen uit de Internationale Schakelklas van Hooghuis-locatie Zuid-West verzorgt De Singel een ‘taaldoop’. Ze gaan naar het theater en het gemeentehuis om vragen te leren stellen. “Er zitten intelligente kinderen bij, die in het reguliere onderwijs meekunnen, maar vastlopen op hun taalachterstand. Dat is elke keer een negatieve ervaring, daar willen we van weg.” Hij denkt ook aan de cluster 4-leerlingen die soms van De Singel naar Sonnewijser gaan. “Liever haal ik leerlingen van die school naar hier. Dan kunnen ze ook bij ons mee functioneren. Wij strekken onze armen uit.”
lASSo is geen initiatief van het Carmelcollege Emmen, maar van het samenwerkingsverband Sterk VO ZO-Drenthe. Dat zocht naar een tijdelijke voorziening op havo- en vwo-niveau voor thuiszitters, leerlingen die door hun ASS niet in staat zijn deel te nemen aan het reguliere onderwijs. “Voor deze specifieke groep bestaat in onze regio geen speciaal onderwijs, er moest een andere oplossing komen”, legt Diana uit. Dat werd lASSo, dat onderdak vond in het Carmelcollege Emmen.
Geen geringe opgave: “Wij zijn een reguliere school. Deze leerlingen krijg je niet ‘regulierder’, ze verschillen van andere leerlingen met ASS die met begeleiding wel in het reguliere onderwijs functioneren. lASSO-leerlingen kunnen niet worden aangemeld, plaatsing loopt via het samenwerkingsverband. “Het is dus niet: ik kies voor het Carmelcollege Emmen, je komt binnen via het samenwerkingsverband.”
Het onderwijs is afgestemd op wat deze leerlingen nodig hebben. “Deze leerlingen hebben moeite met prikkels en de onvoorspelbaarheid van de dag”, legt Janita uit. “De kern-docent, met een pedagogische of sociaalpedagogische opleiding, zorgt voor begeleiding. Vakdocenten komen naar de afdeling, zodat deze leerlingen niet door de drukke gangen hoeven te lopen.” Wel nemen sommigen deel aan projecten of sluiten voor de eindexamenvakken aan bij reguliere lessen. Met alle ruimte: ze hebben individuele lesroosters.
Neem de leerling die vervroegd eindexamen wil doen in een bepaald vak. Ze heeft veel structuur nodig en durft vaak niet. Maar nu wel. “Een succeservaring”, vindt Janita. “Meer in het algemeen: sommige leerlingen hebben extra tijd nodig, anderen versnellen. Zeker als ze ouder zijn.”
Een andere leerling wil niet aangesproken worden en een afzonderlijke plek in de klas hebben. En dan is er de leerling die onlangs voor het eerst een verjaardagsfeestje voor klasgenoten hield, waarmee hij zijn ouders verraste. “Dat is ook een succesverhaal, maar het gaat lang niet altijd zo. Een aantal leerlingen blijft op het eigen eiland.
En het moet gezegd: ook binnen lASSo kunnen leerlingen vastlopen”, stelt Janita. Ze noemt het voorbeeld van een leerling die momenteel één uur per week op school is en de rest van de tijd thuiszit. Bij Studio JOB in Odoorn, een activeringscentrum voor jongeren, vindt ze nu uit waar haar interesses liggen. “Het doel blijf inclusie, om ook haar onder begeleiding terug te brengen naar het onderwijs.”
lASSo valt niet meer weg te denken. Wat een tijdelijke voorziening zou zijn, is nu een blijvend geheel. “We zijn meegegroeid”, weet Janita. “Eerst boden we deze leerlingen een deel van onze activiteiten en projecten aan. Nu bieden we ze alles aan.” Het wordt niet expliciet benoemd, maar ook dát is inclusie.
Vanzelf gaat het niet. Janita en Diana benadrukken hoeveel lASSo van de betrokken docenten vraagt. “Je moet voortdurend schakelen. Elke leerling heeft een eigen maatwerkrooster. Sommige leerlingen hebben even meer tijd nodig, anderen versnellen. Dat moet je aankunnen.” Diana noemt daarnaast de kerndocenten: “Ze krijgen veel leerlingen op plekken waarvan hun ouders niet durfden te dromen. Dat is de kracht van deze docenten.”
Twee scholen, met verschillende doelgroepen en hetzelfde doel. Er blijft nog maar één vraag over: zijn hun ervaringen en kennis overdraagbaar? Ja, vindt Henk, die ook een kanttekening plaatst: “Het moet geen knippen en plakken zijn, dat werkt niet. Belangrijk is dat het authentiek is, dat alle docenten en andere medewerkers erachter staan. Je moet het je eigen maken, dat kost tijd. Maar andere scholen kunnen beslist iets met onze ervaringen. Op de Leiderschapsdag van Carmel hebben we al eens een workshop verzorgd, nu heeft de gemeente Venray om informatie gevraagd.” Diana en Janita denken even na over de vraag. “Wat hier gebeurt, is uniek in Nederland”, begint Janita haar antwoord. “Maar ik denk dat andere instellingen zeker iets hebben aan onze ervaringen.” Net als het reguliere onderwijs, constateert Diana: “De vakdocenten nemen hun ervaringen uit de lASSo-klassen uiteraard mee naar hun andere klassen. En het scheelt dat we als topsportschool al gewend waren om maatwerk te leveren.” “En dat we niet óver, maar mét onze leerlingen praten”, voegt Janita er nog aan toe. Diana knikt: “Want élke leerling is anders." En dus gewoon.
Ze zitten klaar in een klaslokaal: Emma, Niels en Leon. Omwille van de privacy zijn het niet hun echte namen. 14 en 15 zijn ze. Docent Job is ook aanwezig, net als Henk Lauwers. De leerlingen hebben een taalontwikkelingsstoornis, waardoor ze bij Kentalis terechtkwamen. En bij De Singel.
“Ik begrijp niet altijd wat er wordt gezegd”, begint Leon. “Het helpt me als rustig wordt verteld wat de bedoeling is.” Niels: “Ik ben slechthorend, ik krijg soms niet alles mee en dan is taal ingewikkeld”, legt hij uit. Emma moet vaak zoeken naar woorden. “Dan is het lastig om na te denken en met anderen contact te maken.”
Ze voelen zich thuis op school. Waar dat kan, draaien ze mee in het praktijkonderwijs van De Singel. Kentalis verzorgt de psycho-educatie en geeft les over communicatieve vaardigheden. Voor de kerstvakantie hebben ze alle drie meegedaan aan een praktijkopdracht. ‘Bellen met onbekenden’, in dit geval met een (fictieve) supermarktmanager. Vooraf zijn de gesprekken voorbereid. Hoe begin je, welke vragen stel je? “Niet moeilijk”, vindt Leon. Niels haalt zijn schouders op: “Het was wel oké.” Emma vond het niet spannend: “Ik had alles opgeschreven.”
Inmiddels hebben ze ook hun eerste stages afgerond, om te ontdekken in welke richting ze zich verder willen ontwikkelen. “Ik heb gemerkt dat verzorging niets voor me is”, lacht Leon, “ík sleutel liever.” Hij zou in een garage willen werken. Niels denkt aan een online kledingwinkel, Lieke aan een baan in een supermarkt of de horeca.
En de lessen? Die zijn leuk, vinden ze. “De docenten houden rekening met ons, ze helpen ons en maken het ons gemakkelijk. En het is fijn hoe we hier met elkaar omgaan. Dit is een fijne school.”
Tekst: Hans Morssinkhof Fotografie: Niki Kits-Polman
Categorieën: Nieuws Tags: Carmelcollege Emmen/ Het Hooghuis/ passend onderwijs/ inclusief onderwijs Vertoningen: 702