Jeugddromen

Jeugddromen

7 maart 2019

Een jaar of wat geleden werd me gevraagd of ik wilde meedoen in het schoolorkest van onze school. Ik voelde me vereerd, ik had al jarenlang bewonderend gekeken en geluisterd naar de optredens die her en der gedaan werden en realiseerde me dat ik dat niveau nooit zou halen. Natuurlijk, ooit, toen ik nog een jonge vent was (zo ongeveer in de leeftijd van onze leerlingen) droomde ik van een leven als wereldberoemd musicus. Ik zou spelen in The Cavern Club in Liverpool. De deuren van vermaarde zalen en arena’s zouden voor mij geopend worden, omdat iedereen zoveel talent en muzikaliteit zou willen zien en horen.

De realiteit kwam om de hoek kijken toen er gestudeerd moest worden. Studiepunten, colleges, tentamens en samenwerkingsopdrachten tijdens m’n studie deden me focussen op de actuelere zaken in m’n studentenleven. Ik had m’n instrument nog wel ergens in een hoekje van de kamer staan, maar een beetje pingelen zou me uiteraard niet meer op het niveau van een ‘muzikant’ brengen. Soms pakte ik mijn gitaar nog even op, stofte ‘m af en speelde de liedjes die ik inmiddels al jaren uit m’n hoofd kende. Misschien wilde ik m’n vaardigheden hiermee bijhouden voor later.

Tijdens (mentor)gesprekken horen we wat de dromen van onze leerlingen zijn; internist worden, of helikopterpiloot, of Olympisch kampioen schaatsen, of wereldreiziger, beroemde kapper, zangeres, danser, archeoloog, premier. De kunstwereld versteld doen staan, wereldvrede bereiken of de lekkerste bavarois ooit maken. De eigenaren van deze dromen hebben de luxe om te denken dat ze ooit waarheid kunnen worden (en sommige worden dat ook). Volwassen worden betekent vaak ook realistisch worden en inzien dat sommige dromen te ver reiken. De conclusie is dan vaak dat we onze dromen en doelen naar beneden toe bijstellen.

Wereldberoemd zal ik niet worden en dat hoeft ook niet meer. Maar beter worden dan ik ooit was, terwijl ik ondertussen op een leeftijd ben waarop de term ‘oudere jongere’ belachelijk klinkt, heeft me een nieuwe uitdaging en nieuw inzicht gegeven, niet enkel in de muziek. Voor het eerst sinds jaren raakte ik weer eens in paniek als ik constateerde dat ik een bepaald stuk absoluut nooit in de vingers zou krijgen (onze orkestleider schept er plezier in om ons bladmuziek van een lekker ingewikkeld stuk voor te schotelen). Voor het eerst sinds jaren begreep ik weer precies wat leerlingen ook meemaken in deze fase van hun leven; het machteloze gevoel van “DIT KAN IK NIET!”. Wat wij als docenten hun voorschotelen aan les- en leermateriaal is namelijk vaak vergelijkbaar, ga maar na: het is volkomen nieuw, teveel, ondoorgrondelijk en pas als je echt je tanden erin hebt kunnen (durven?) zetten, misschien te begrijpen. Dat vergt een boel discipline en overtuiging.

Blijven proberen, oefenen tot het je de neus uit komt, steeds opnieuw en stukje bij beetje het onder de knie krijgen en dan die ultieme beloning: de constatering dat je het wel kunt, dát is wat we leerlingen mee geven in hun tijd op school. Het móet ook (iets) te moeilijk zijn, het moet ook een uitdaging zijn die misschien in eerste instantie onhaalbaar lijkt, om ervoor te zorgen dat je dat ultieme gevoel van ‘in de smiezen’ hebt, dat je verbaasd bent van je eigen kunnen, dat je kortom beter wordt en jezelf ontplooit. 

Het is zoals ik laatst op Instagram las: we staren ons blind op het talent van mensen die schijnbaar achteloos hun geniale kunnen tentoon spreiden, terwijl we mak

Box typeimage-with-border
Box colorblue
Box sizelarge